Positie kerkenraad

Wij mogen als gemeente weten dat we onderdeel zijn van één lichaam in Christus (1 Kor 12: 12-13 ). Alle leden van de gemeente zijn geroepen hun gaven aan te wenden tot vervulling van de opdracht die Christus aan de gemeente heeft gegeven (Ef. 4:7 ).

De kerkenraad heeft hierin een aparte taak, zoals geschreven in Efeziërs 4: 11-13. 

'En Hij heeft sommigen gegeven als apostelen, anderen als profeten, anderen als evangelisten en anderen als herders en leraars, om de heiligen toe te rusten tot het werk van de bediening, tot opbouw van het lichaam van Christus, totdat wij allen komen tot de eenheid van het geloof en van de kennis van de Zoon van God, tot een volwassen man, tot de maat van de grootte van de volheid van Christus.’

De kerkenraad staat niet boven de gemeente, maar zal haar dienen om haar roeping en taak te volbrengen. Dat doet de kerkenraad door initiatieven te nemen, door te instrueren, door voorbeeld te geven, door vastheid te bieden, te stimuleren, te coördineren, te beslissen, processen te bewaken en te corrigeren.

Daarbij laten de ambtsdragers in de kerkenraad zich ook zelf steeds toerusten, zodat ze op de juiste wijze hun ambtswerk verantwoord doen. Bij het beleid wordt de gemeente betrokken in een tweerichtingsverkeer, in bezinning, motivering, doordenking en het uitdragen van het beleid. We denken hierbij aan de bijbelse prediking, goed onderricht, de wijze van leidinggeven en de bevordering van het gemeenteLzijn. Zo breed mogelijk zetten we gemeenteleden in bij de verdere invulling van taken in de kerk. De uiteindelijke doelstelling van alles wat er binnen de gemeente gebeurt, is Gods eer en het heil van mensen (binnen en buiten de gemeente).
terug